Wat zijn wij zonder taal? Lezen, schrijven en praten. Wat moeten wij zonder? Van jongs af aan ben ik al gefascineerd door taal. Vroeger schreef ik altijd verhaaltjes. Was het verhaal af, dan deed ik er een mooie kaft van dik, gekleurd papier omheen. Tot slot bond ik de velletjes papier bij elkaar met een mooi glimmend lintje.
Op de basisschool begon ik in groep drie met het lezen van boekjes. Blij dat ik was toen ik boekjes van een ander kleurtje dat stond voor een hoger leesniveau mocht lezen! Ik zorgde er altijd voor dat ik mijn rekentaken van die dag snel af had, zodat ik weer verder mocht lezen in mijn boek.
Langzaam begon ik me ook te ergeren aan taalfouten. ‘Ik vindT’, dat staat toch gewoon niet? Niet dat ik nooit fouten maak natuurlijk, maar ik vindT is toch wel heel erg. Als je iets maakt dat gepubliceerd wordt, bijvoorbeeld een brochure of zelfs een boek dan zorg je er toch voor dat er geen fouten instaan?
Al moet ik eerlijk bekennen dat ik zelf sommige ‘taalproblemen’ gewoon op gevoel doe… Schaam, schaam… Neem bijvoorbeeld hen en hun. Vind ik hen beter klinken, dan vul ik dat maar in. Eigenlijk zou ik natuurlijk gewoon de regel erbij moeten zoeken, maar dit is echt één van de taalregels die ik gewoon niet kan onthouden. Men zegt toch altijd dat je gevoel meestal wel klopt?
Ook al staan mijn verhalenboekjes vol met spelfouten die niet om aan te zien zijn, ik kan me er niet echt aan ergeren. Telkens als ik zo’n schattig aandenken aan mijn jeugd tegenkom, verschijnt er een grote glimlach op mijn gezicht.











Zelf heb ik mappen vol met tekeningen. Mijn moeder heeft alles bewaard vanaf het moment dat ik een potlood doelgericht over papier kon bewegen.